
Omgevingsdienst Regio Arnhem
Kwaliteitsborging versterken bij toezicht op complexe industriële bedrijven
Sector
(Semi-)Overheid
Grootte
800+ medewerkers
Duur
3 maanden
De situatie
Professioneel toezicht, kwetsbare borging
De Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) voert in opdracht van de provincie Gelderland het Programma Complexe Handhaving (PCH) uit: toezicht en handhaving bij circa 170 complexe industriële bedrijven zoals afvalverwerkers, papierindustrie en energiebedrijven. Een eerdere interne audit in 2024 had al verbeterpunten gesignaleerd op het gebied van datakwaliteit en procesborging.
Ondanks het vakmanschap en de betrokkenheid van de toezichthouders, ontbraken uniforme standaarden voor twee cruciale kwaliteitsprocessen: de collegiale toets (het vier-ogenprincipe op uitgaande brieven) en de toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie. Feedback werd buiten het zaaksysteem gegeven, toezichthouders kozen steeds dezelfde collega voor toetsing, en overtredingen werden strategisch lager ingeschaald om strafrechtelijke trajecten te vermijden.
ODRA schakelde Leanprofs in om een onafhankelijke interne audit uit te voeren en concrete verbeterlijnen te formuleren.

Context
Auditen in een politiek-bestuurlijke context
De audit vond plaats binnen een programma dat opereert in de spanning tussen bestuurlijke verantwoordelijkheid, provinciale opdrachtgeving en maatschappelijke verwachtingen rond transparant handhaven. Toezichthouders werken zelfstandig bij complexe bedrijven — vertrouwen en draagvlak zijn essentieel.
Daarnaast moest de audit worden uitgevoerd binnen een strak tijds- en urenbudget van 60 uur, zonder de lopende handhavingsactiviteiten te verstoren. Bevindingen moesten voldoende diepgang hebben om tot bruikbare aanbevelingen te komen, maar tegelijkertijd breed gedragen worden door zowel het programmateam als de individuele toezichthouders.
Aanpak van Leanprofs
Feiten verzamelen, patronen herkennen, draagvlak creëren
Leanprofs combineerde dossieronderzoek in het zaaksysteem OpenWave met acht kwalitatieve interviews met toezichthouders, programmamedewerkers en de BOA-coördinator. Door data-analyse en gesprekken te combineren ontstond een compleet beeld: niet alleen wát er feitelijk was vastgelegd, maar ook waaróm bepaalde patronen waren ontstaan.
Alle 234 collegiale toetsen en 237 geregistreerde overtredingen uit 2025 werden geanalyseerd. Per toezichthouder werden de drie controlezaken met de meeste overtredingen diepgaand doorgelicht. De interviews leverden de context die de cijfers niet konden geven: waarom toezichthouders bewust lager inschaalde, waarom feedback buiten het systeem werd gegeven, en welke behoeften er leefden voor standaardisatie.
Het resultaat: een pragmatisch eindrapport met concrete bevindingen, risico's en direct toepasbare aanbevelingen — inclusief voorgestelde KPI's om voortgang meetbaar te maken.

Resultaat
01
234 collegiale toetsen doorgelicht
Met als kernbevinding: geen organisatiebrede standaard voor wat een toets moet omvatten. Breed gedragen aanbeveling voor roulatie en minimumstandaard opgeleverd.
02
237 overtredingen geanalyseerd op LHSO-inschaling
Strategisch lager inschalen geïdentificeerd als structureel risico. Concrete werkafspraken geformuleerd voor verplichte bespreking met BOA's vanaf inschaling B2.
03
Meetbaar verbeterkader met KPI's opgeleverd
Per aanbeveling zijn concrete KPI's gedefinieerd — van 90% correcte registratie tot verplichte casusbesprekingen — met advies voor een her-audit binnen 12-24 maanden.
Reflectie
Door dossieronderzoek te combineren met kwalitatieve interviews ontstond een genuanceerd beeld dat verder ging dan cijfers alleen. De audit maakte zichtbaar dat het echte knelpunt niet lag in vakmanschap of betrokkenheid, maar in het ontbreken van gedeelde standaarden. De aanbevelingen bieden ODRA een concrete routekaart om de kwaliteitsborging structureel te verankeren.
